Minder zoet eten helpt niet tegen trek of voor een betere gezondheid

Minder zoet eten verbetert je gezondheid niet: recente bevindingen
Minder zoet eten verbetert je gezondheid niet: recente bevindingen

De nieuwste resultaten van een studie van Bournemouth University en Wageningen University & Research zetten vraagtekens bij de effectiviteit van het minder zoet maken van diëten. Op 19 maart 2026 publiceerde Bournemouth University een artikel in het gerenommeerde tijdschrift American Journal of Clinical Nutrition dat inzicht geeft in de gevolgen van diëtaire veranderingen voor zoetheidsvoorkeuren en gezondheid. Dit is relevant omdat er wereldwijd adviezen zijn om de zoetheid in het dieet terug te dringen, onder meer vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Hoe het onderzoek liep en wie meewerkte

Het was een klinische proef waarbij onderzoeksteams uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk samenwerkten. Onder leiding van Professor Katherine Appleton, die verbonden is aan Bournemouth University en als hoofdcorrespondente en woordvoerder fungeerde, keek het team naar de effecten van verschillende diëten op gezondheid en smaakvoorkeuren.

In totaal deden 180 deelnemers mee. Zij werden verdeeld in drie groepen met elk een ander zoetheidsniveau in het dieet: hoog, laag en gemiddeld. De bronnen van zoetheid in het onderzoek waren suiker, van nature zoete voedingsmiddelen en laagcalorische zoetstoffen, zodat het dagelijkse eetpatroon goed werd afgebeeld.

Wat de resultaten zeggen over gezondheid

De studie vond dat voorkeuren voor zoet niet significant veranderden, ongeacht hoeveel de zoetheid in het dieet werd aangepast. De proef volgde deelnemers zes maanden en voerde tussentijdse evaluaties uit na 1, 3 en 6 maanden.

Ondanks pogingen om zowel diabetesgerelateerde als cardiovasculaire gezondheidsindicatoren te verbeteren, zagen de onderzoekers geen statistisch significant verschil tussen de drie groepen. Ook gewicht nam niet wezenlijk anders toe of af, ongeacht verandering in zoetheidsinname.

Gedragsanalyses lieten zien dat veel deelnemers na verloop van tijd weer teruggingen naar hun oorspronkelijke eetpatronen, wat erop wijst dat het veranderen van de zoetheid in het dieet het verlangen naar zoet niet vermindert. Professor Appleton zei het zo: “Mensen hebben een natuurlijke liefde voor zoete smaak. Onze resultaten ondersteunen het advies om de zoetheid te verlagen niet.”

Wat beleidsmakers kunnen doen

Het onderzoeksteam concludeert dat het alleen verminderen van zoete voedingsmiddelen geen doeltreffende maatregel is om verlangens te veranderen of om noemenswaardige gezondheidsverbeteringen te bereiken. De onderzoekers adviseren dat het publiekelijk gezondheidsbeleid heroverwogen moet worden.

In plaats van uitsluitend te focussen op het terugdringen van zoetheid, zou meer nadruk moeten liggen op het verminderen van suiker- en energierijke voedingsmiddelen. Zoals Appleton aangeeft, vallen ook sommige niet-zoete fastfoodproducten onder die aanbeveling: ze lijken niet zoet maar bevatten veel suiker. Verse vruchten en zuivelproducten, die van nature zoet zijn, worden als gezonde uitzonderingen genoemd.

De bevindingen nodigen beleidsmakers uit om aandacht te hebben voor de verschillende bronnen van zoetheid en om fijnmazigere richtlijnen te maken die suikerarme voeding stimuleren zonder de voordelen van sommige natuurlijke producten uit het oog te verliezen. Zo krijgt het publiek een beter beeld van de verschillende vormen van zoetheid en welke rol ze spelen in voedingsadviezen.

Hoewel het onderwerp complex is, biedt dit onderzoek nieuwe inzichten in consumentenvoorkeuren en opent het de deur naar alternatieven die zowel gezondere levensstijlen bevorderen als de interne betrokkenheid behouden voor toekomstige analyse en verbetering van dynamieken binnen dieetadvies.